WETENSCHAPSWINKEL
NIEUWSFLASH 3 - ONDERZOEKSNIEUWS |
||||||||||||
Inhoudstafel 1. Oproep Wetenschapswinkel 2. Erasmus Hogeschool Brussel zoekt organisaties 3. Seksualiteitsbeleving bij bewoners van rusthuizen 4. Efficiëntie van een reclame-campagne voor De Kringwinkel 5. Intern imago van De Kringwinkel 6. Discoursanalyse antialcohol-campagne tussen 1879-1919 7. Plaats van televisie bij Turkse en Marokkaanse jongeren 8. Plaats van gehandicapten op televisie 9. Relationele en seksuele vorming bij de jeugbeweging 10. Minderheden in beeld bij Flair en Libelle 11. Hoe kijken ouderen naar zichzelf? 12. Informatiebehoeften over relaties en seks bij islamitische jongeren 13. AIDS/HIV projecten en seksuele en relationele vorming 14. Vrije tijd bij medioren in Wijnegem 15. Netwerkscenario's voor dag-activiteitencentrum Den Teirling 16. Echtscheidingsbemiddeling: enkele bevindingen 17. Armeense vrouwen zonder papieren in Antwerpen 18. Ledenprofiel Speelpleinen Groot-Antwerpen 19. Beeldvorming van jongeren over ouderen 20. Profiel van vrouwen geconfronteerd met partnergeweld 21. Gelijke onderwijskansen 22. Maatschappelijke participatie van Vlaamse 60-plusser 23. Oudermis(be)handeling in Vlaanderen 24. Wist u dat.... - de Engelstalige site van de Wetenschapswinkel vernieuwd is? - er een Europese Call open is voor non-profitorganisaties? - de Wetenschapswinkel aanwezig was op het 3de congres van het Living Knowledge Netwerk? 25. In-/uitschrijven op de Nieuwsflash/Nieuwsbrief |
Beste lezer, Het is weer een tijdje geleden dat u nog iets van ons gehoord heeft. Maar we hebben niet stilgezeten. Er werden maar liefst 21 onderzoeksrapporten in eerste zit afgeleverd die ten dienste staan van non-profitorganisaties. En er volgen er nog! Begin november mag u een volgende nieuwsflash verwachten met nog een 20-tal onderzoeksberichten in! In deze Nieuwsflash krijgt u alvast een voorsmaakje van de eerste 21 onderzoeksresultaten. De integrale onderzoeksrapporten zijn te downloaden via de websites van de Wetenschapswinkel Hasselt, Wetenschapswinkel Gent, Wetenschapswinkel Brussel en de Wetenschapswinkel Antwerpen. Veel leesplezier! |
|||||||||||
| *** OPROEP NIEUWE VRAGEN *** OPROEP NIEUWE VRAGEN *** De Wetenschapswinkel is er ook voor u! Bent u een non-profitorganisatie? Kampt u met een probleem en zoekt u wetenschappelijke ondersteuning? Misschien kan de Wetenschapswinkel u wel verder helpen! Kijk vlug op www.wetenschapswinkel.be !! |
![]() |
|||||||||||
![]() ![]()
|
*** GEZOCHT GEZOCHT GEZOCHT GEZOCHT *** De opleiding Sociaal Werk van de Erasmushogeschool Brussel zoekt – in het kader van een project voor laatstejaarsstudenten maatschappelijk werk - instellingen of organisaties die met maatschappelijke vragen zitten, maar door een gebrek aan mensen, middelen of tijd, hier zelf geen antwoord op kunnen vinden. Wij denken bijvoorbeeld aan: - een behoefteonderzoek bv. naar aanleiding van de oprichting van een nieuwe dienst - vragen van instellingen of organisaties over het eigen functioneren: onder andere de gebruikte methodieken/input nieuwe methodieken bv. individuele begeleiding versus groepsgerichte aanpak; het al dan niet bereiken van de beoogde doelgroep bv kansarmen; tevredenheidmeting bij cliënten; vragen over doelstellingen/opdrachten; het bereiken van nieuwe doelgroepen, aanpakken van nieuwe problematieken; het samenwerken met andere organisaties bv. lokaal sociaal beleid; - het ontwikkelen van een informatie- en sensibiliseringsactiviteit rond een actuele maatschappelijke problematiek Wat bieden wij? - Groepjes van een vijftal studenten zullen een antwoord op uw vragen trachten te ontwikkelen. - Het gaat daarbij niet om thesisstudenten die wetenschappelijk onderzoek verrichten, wel om studenten die projectmatig tot een wetenschappelijk verantwoord product (achtergrondinformatie, vergelijkingen, analyse, voorstel) dienen te komen - Dat product zal bestaan uit een rapport en een presentatie door de studenten Hierbij zullen zij, vanuit de school begeleid worden en wetenschappelijke ondersteuning ontvangen. Wat verwachten wij? - Vragen die binnen een beperkte tijdsperiode (februari tot en met mei) kunnen beantwoord worden. - Een zekere mate van ondersteuning vanuit de organisatie via mankracht, cijfers, jaarverslagen, contacten met de doelgroep. - Evaluatie van het project en de studenten. |
|||||||||||
![]() |
Eva Bossuyt . "Seksualiteitsbeleving bij bewoners van Rust- en Verzorgingstehuizen; een bevraging van intermediairs." Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel Eva Bossuyt peilde in haar onderzoek naar hoe de seksualiteit van bewoners in een Rust- en Verzorgingstehuis door intermediairs beleefd wordt. Intermediairs zijn alle personen die dagelijks in contact komen met de bewoners van de RVT’s. Er is slechts weinig onderzoek gevoerd naar deze thematiek. Uit de literatuur blijkt dat seksualiteit niet verdwijnt, ook niet op hoge leeftijd. Het vermoeden bestaat ook dat de ouderen die nu in de RVT’s verblijven een andere mentaliteit hebben dan de ouderen die binnenkort gaan binnenkomen in de RVT’s. Zij zullen mogelijks veeleisender, mondiger en meer open zijn. Er wordt ook gedacht dat het taboe rond ouderen en seksualiteit nog niet verdwenen is. Uit tien interviews blijkt dat de kennis van de intermediairs over seksualiteit bij bewoners van RVT’s naar hun eigen mening beperkt is. De meeste intermediairs zijn nooit geïnformeerd geweest over dit thema en verklaren te weinig achtergrondinformatie te hebben om met probleemsituaties om te gaan. De omgang met seksualiteit is soms problematisch, vooral als het om moeilijke gevallen gaat zoals bij demente of agressieve bewoners. De intermediairs tonen wel een positieve attitude tegenover de seksualiteit van de bewoners. Zij melden bereid te zijn om daar vorming over te volgen en om iets te doen rond het thema in het RVT. Lees meer... |
|||||||||||
![]() |
Nele Claesen, Joris Geens, Valérie Pieters, Thomas van Brabandt. “Onderzoek naar de efficiëntie van de reclamecampagne van De Kringwinkel bij studenten” Seminarie Marketing, Toegepaste Economische Wetenschappen – Universiteit Hasselt In dit werk gaan Nele, Joris, Valérie en Thomas, op vraag van de Koepel van Vlaamse Kringloopcentra, na of de reclamecampagne van De Kringwinkel wel degelijk een effect heeft op de beoogde doelgroep van “twijfelaars”. In het eerste deel behandelen ze de probleemstelling en het onderzoeksopzet “De efficiëntie van de reclamecampagne van De Kringwinkel bij studenten”. Door middel van online en persoonlijke enquêtes organiseerden ze een focusgroep van 13 respondenten die ze konden identificeren als “twijfelaars”. In het tweede deel van dit onderzoekswerk beschrijven ze de focusgroep. Al de vragen die aan bod kwamen tijdens dit gesprek worden uitvoerig besproken zodat de lezer een zicht krijgt op de werkelijke reacties van hun respondenten. Verder wordt in het onderzoeksrapport de huidige reclamecampagne van De Kringwinkel beoordeeld. De goede en minder goede punten van de campagne worden besproken en het wordt duidelijk of de visie van de potentiële klanten van De Kringwinkel beïnvloed kan worden door deze campagne. Nele, Joris, Valérie en Thomas beschrijven ook een strategie en missie waarvan ze denken dat deze kunnen helpen om De Kringwinkel een groter succes te maken dan wat het nu al is, vooral bij de studenten. Lees meer... |
|||||||||||
Sem Franssen, Jannick Geuens, Tim Jans, Sara Leroi-Werelds. “Hoe staan de leden van De Kringwinkel ten opzichte van het project ‘De Kringwinkel’?” Seminarie Marketing, Toegepaste Economische Wetenschappen – Universiteit Hasselt Op vraag van de Koepel van Vlaamse Kringloopcentra (KVK) hebben Sem, Jannick, Tim en Sara een marktonderzoek uitgevoerd naar het project ‘De Kringwinkel’. Ze voerden deze evaluatie uit op basis van enquêtes bij de aangesloten winkelverantwoordelijken en –coördinatoren van De Kringwinkel. Uit het onderzoek bleek dat er de afgelopen jaren al heel wat vooruitgang is geboekt op het vlak van het project “De Kringwinkel”. Een groot aantal kringloopwinkels (80 van de 100 winkelpunten) zijn reeds aangesloten en de meeste winkelverantwoordelijken en –coördinatoren zijn zeer tevreden over het project. Wat wel voor verwarring zorgt bij de consument is de naam van het kwaliteitslabel ‘De Kringwinkel’ en de winkels die niet aangesloten zijn ‘De Kringloopwinkel’. Vervolgens werkten Sem, Jannick, Tim en Sara een strategie uit om een nog betere werking van De Kringwinkel te beogen. De KVK maakt dankbaar gebruik van deze resultaten om hun planning omtrent het kwaliteitslabel ‘De Kringwinkel’ de volgende maanden te optimaliseren en noodzakelijke aanpassingen door te voeren. Lees meer... |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
|
||||||||||||
|
Julie Debrauwere. "Het beeld van alcohol. Een historische discoursanalyse van de antialcoholcampagnes tussen 1879 en 1919." Eindverhandeling Communicatiewetenschappen - Vrije Universiteit Brussel In haar onderzoek op vraag van het Nationaal Jenevermuseum Hasselt heeft Julie Debrauwere zich gebogen over de totstandkoming en invulling van de representatie van alcohol in het discours van de Belgische antialcoholbeweging tussen 1879 en 1919. Deze beweging kwam hoofdzakelijk voort uit de burgerij en richtte zich op de drankconsumptie van de arbeidersklasse, hoewel de burgerij zelf ook van een glaasje kon genieten. De antialcoholverenigingen maakten gebruik van pseudo-wetenschappelijke argumenten in de vorm van statistieken en medische proeven. Ze waren zodanig goed georganiseerd dat ze als een sterke lobbygroep functioneerden. Antialcoholideeën vonden zo zelfs hun weerslag in de wetgeving. Om de boodschap bloot te leggen, is gebruikt gemaakt van visueel campagnemateriaal van twee verenigingen. De analyse ervan heeft het vermoeden bevestigd dat de alcoholist overwegend voorgesteld werd als een man uit de lagere klasse. Er wordt enkel over de alcoholist gesproken, maar niet tegen of met hem. Daarnaast is gebleken dat alcohol nooit positief afgeschilderd wordt, maar telkens als de oorzaak van geldverkwisting en normenverlies of van ziekte en dood. Het beeldmateriaal toonde alcoholisme als een ziekte die te genezen was en spoorde aan om de hoop niet op te geven. In het discours kregen ook soberheid en de onthouder vorm. Samen met het beeld van de ideale onthouder, biedt het visuele materiaal niet zozeer oplossingen aan, dan wel een bepaalde levensstijl met na te streven burgerlijke waarden die de mens zouden vrijwaren van de aantrekkingskracht van alcohol. Lees meer... |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
![]() |
Katrien De Craecker. “Een voet in twee werelden. Een kwalitatief publieksonderzoek naar de plaats en betekenis van Vlaamse televisie in het dagelijkse, multiculturele leven bij Turkse en Marokkaanse jongeren van de tweede generatie.” Eindverhandeling Communicatiewetenschappen – Vrije Universiteit Brussel Het onderzoek van Katrien De Craecker rond een vraag van het Forum Etnisch Culturele Minderheden – Trefmedia, handelt over de betekenis en de beleving van de Vlaamse televisie in het dagelijkse, multiculturele leven bij Turkse en Marokkaanse jongeren van de tweede generatie. Er wordt gekeken naar wat het juist betekent voor allochtone jongeren met een gedeelde culturele achtergrond om naar de Vlaamse televisie te kijken en welke rol de Vlaamse televisie kan spelen in die dubbele identiteit. De verhouding tussen media en allochtonen is al meermaals onderwerp geweest van wetenschappelijk onderzoek, vaak met het oog op assimilatie en integratie van de etnisch-culturele minderheden. Met dit onderzoek, worden integendeel net de aspecten van multiculturaliteit, culturele fragmentatie en de openheid voor het samenvloeien van twee culturen als uitgangspunt genomen. Lees meer... |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
| Lien De Doncker. "Personen met een handicap op de Vlaamse televisie: een doorlichting van het beleid achter de schermen" Eindverhandeling Pedagogische wetenschappen, optie orthopedagogiek - Universiteit Gent Op vraag van vzw GRIP (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap) deed Lien De Doncker onderzoek naar beeldvorming van personen met een handicap op de Vlaamse televisie. Ze keek daarbij niet zozeer naar hoe vaak, waar, en hoe deze mensen in beeld worden gebracht, maar vooral naar het beleid dat de zenders hierrond hanteren. Is er een beleid? Vanwaar komt dit? Hoe wordt het (wel of niet) in de praktijk gebracht, en wie speelt hierin een rol? Het onderzoek kan gezien worden als een tweede luik binnen een trilogie rond beeldvorming over personen met een handicap in de media, waarvoor vzw GRIP samenwerkt met de Wetenschapswinkel. Het eerste deel ‘Beeldvorming en taalgebruik over Personen met een handicap in de Vlaamse kranten’ werd in 2005 uitgevoerd door Geert Callebaut. Het slotstuk, over het medium radio, is voorzien voor 2008. De resultaten zullen door GRIP gebruikt worden voor lobbywerk bij de media en voor de opmaak van enkele tools voor mediamakers over beeldvorming, visie en taalgebruik over personen met een handicap. Lees meer... |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
![]() ![]() Jeugd en Seksualiteit Vzw ![]() |
Sofie de Smet. "Relationele en seksuele vormingsactiviteiten voor tieners van 10 tot 14 jaar in de Vlaamse jeugdbewegingen: een inventarisatie- en behoefteonderzoek." Eindverhandeling Klinische Psychologie - Vrije Universiteit Brussel Naar aanleiding van een geambieerde gedifferentieerde relationele en seksuele vorming (RSV) over alle sectoren heen, werd door Sofie de Smet op vraag van Sensoa een inventarisatieonderzoek naar de RSV voor tieners van 10 tot 14 jaar binnen de Vlaamse jeugdbewegingen opgezet, aangevuld met een behoeftepeiling bij hun begeleiders. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de RSV binnen de jeugdsector een belangrijke complementaire meerwaarde vormt voor het gezin en het onderwijs. Intermediairs creëren binnen een veilige en informele vormingsatmosfeer RSV-activiteiten die zijn aangepast aan de seksuele rijpheid en behoeften van pubers. De communicatie biedt naast eerder traditioneel technisch-biologische onderwerpen ook voldoende invulling van de informatiebehoefte van jongeren omtrent relationele belevingsaspecten. Basisinformatie met betrekking tot seksuele risico’s wordt daarentegen weinig overgedragen. Ouders blijken dit immers doorgaans niet te appreciëren. Begeleiders zelf beschouwen dit niet als hun taak. Begeleiders die het belang inzien van het inspelen op relationele en seksuele gedragingen, situaties en vragen, wensen extra ondersteuning. Dit voornamelijk onder de vorm van meer spelaanbod, sociaal-emotionele ondersteuning en informatie. Naar gelang het geslacht van de begeleiders werden een aantal manifeste verschillen in RSV weerhouden. Deze verschillen situeren zich in het activiteiten- en communicatieaanbod, de motivatie en het RSV-proces. De samenstelling van de tienergroep laat een invloed na op de RSV-activiteiteiten, -communicatie en –doelstellingen. Gedragskenmerken eigen aan de psychoseksuele ontwikkeling worden als mogelijke causale factor aangewezen. Globaal heeft deze RSV binnen de jeugdsector primair als doelstelling om lichamelijkheid, seksualiteit en intimiteit harmonieus te integreren. Ook verantwoordelijkheidszin ontplooien is belangrijk, maar het voorkomen van seksuele risico’s is verder geen prioriteit. Lees meer... |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
Anouk Dergent. “Evenwichtige beeldvorming van etnisch-culturele minderheden: een kwalitatieve evaluatie van een jaargang van Flair en Libelle” Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen, optie Communicatiewetenschappen – Universiteit Antwerpen Op vraag van het Vlaams Minderhedencentrum onderzocht Anouk Dergent of de vrouwenbladen Flair en Libelle een evenwichtig beeld schetsen van etnisch-culturele minderheden. Massamedia bepalen immers mee hoe wij kijken naar de mensen rondom ons. Evenwichtige beeldvorming schetst een eerlijk beeld van minderheidsgroepen, laat hen zelf aan het woord, doorbreekt vastgeroeste stereotypen en vermeldt slechts de afkomst van mensen als dit relevant is. Diversiteit, objectiviteit en nuancering zijn de basiskenmerken. Op basis van een kwalitatieve inhoudsanalyse, interviews met de redacties en focusgroepen met lezeressen besluit Anouk Dergent dat zowel Flair als Libelle aan evenwichtige beeldvorming doen. Flair maakt veel ruimte voor minderheden en laat hen vaak zelf aan het woord. In Libelle komen minderheden eerder aan bod op grond van hun expertise en niet op grond van hun ‘anders zijn’. Beide bladen focussen wel voornamelijk op ‘human interest’ en relaties tussen mensen. Moeilijkere maatschappelijke thema’s inzake etnisch-culturele minderheden krijgen dan ook zelden een plaats. Lees meer... |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
Bram Fret. "Beeldvorming over ouderen door ouderen. Hoe kijken ouderen naar zichzelf?" Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel Op vraag van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ), deelwerking Brussel-Oost deed agoog Bram Fret een onderzoek naar beeldvorming over ouderen. Hoe kijken ouderen naar zichzelf en hoe ervaren ze het proces van ouder worden? Aan de hand van een enquête werden 200 senioren bevraagd in Brussel en de provincie Vlaams-Brabant. Allerlei componenten van ouderenbeeldvorming werden bevraagd, zoals zelfbeeld, individueel welbevinden, arbeid en pensioen, grootouderschap, bronnen van zingeving, participatie in het verenigingsleven, enz. De resultaten zeggen dat senioren erin slagen een vrij positief beeld te handhaven, zowel individueel als t.o.v. hun leeftijdsgroep. Ook wordt slechts in beperkte mate hinder ondervonden van lichamelijke beperkingen, negatieve affecten en eenzaamheidsgevoelens. Het CGGZ voegt volgende aanvullingen bij het onderzoek toe. Ook al gaat het om de ondervraging van een beperkte groep van ouderen, uit de eindverhandeling komt de duidelijke tendens naar voor dat ouderen een vrij positief beeld hebben over zichzelf. Het CGGZ wil hier de opmerking aan vastkoppelen dat dit ook betekent dat er aandachtig moeten geluisterd worden naar de ouderen die een ánder zelfbeeld naar voor brengen. Wanneer een oudere negatief is over zichzelf, zich terugtrekt, zich somber voelt, niet kan genieten van de activiteiten die hij/zij vroeger graag deed, dan is dat niet ‘normaal’ voor een oudere, dan kan dat een teken van depressie zijn en is het belangrijk om hulp te zoeken bij de huisarts of de geestelijke gezondheidszorg. Depressie is een ernstige risicofactor voor suïcide. Aldus het CGGZ. Lees meer... |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
|
Wendy Gettemans. "Informatiebehoeften omtrent relaties en seksualiteit bij islamitische jongeren." Eindverhandeling Agogische Wetenschappen - Vrije Universiteit Brussel In het onderzoek van Wendy Gettemans werd nagegaan welke informatienoden en –behoeften islamitische jongeren hebben met betrekking tot relaties en seksualiteit. Er werd verondersteld dat deze jongeren met een islamitische achtergrond andere noden en behoeften hebben dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Door middel van diepte-interviews werden zestien moslimjongeren bevraagd. Na het analyseren van de interviews kwam er aan het licht dat jongeren met een islamitische achtergrond enkele specifieke behoeften en vereisten hebben wanneer het gaat over de relationele en seksuele vorming die zij krijgen op school. Ook de informatie die hen buiten de school bereikt, zou moeten worden aangepast aan de specifieke noden en behoeften van de moslimjongeren. Enkele aanbevelingen werden gedaan, aan de hand van de onderzoeksresultaten, naar de school, de media, de organisaties en de ouders. Lees meer... |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
Sanne Graulus. “Onderzoek naar de integratie van relationele en seksuele vorming binnen HIV/AIDS-projecten van Belgische ngo’s werkende in het Zuiden.” Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel Sanne trachtte een beter zicht te krijgen hoe de Belgische ngo’s HIV/AIDS aanpakken in relatie met relationele en seksuele vorming (RSV). Ze kwam tot de vaststelling dat er twee soorten ngo’s te onderscheiden zijn die werken rond HIV/AIDS. Enerzijds de zorg-ngo’s die HIV/AIDS vooral benaderen op niveau van zorg en behandeling. Anderzijds de ontwikkelings-ngo’s die eerder voor een integrale aanpak kiezen en HIV/AIDS binnen een breder kader plaatsen. Aan de hand van de gesprekken met de respondenten van het onderzoek – medewerkers van ngo’s - werden een aantal barrières geformuleerd die een vlotte werking op het gebied van HIV/AIDS en RSV in de weg staan. De voornaamste knelpunten blijken het taboe, de sociaal-maatschappelijke, de culturele en de religieuze barrière. De ngo’s zijn voor een stuk inhoudelijk gebonden aan de Belgische overheid die financiële middelen vrijmaakt om te werken rond HIV/AIDS. Naast deze financiële afhankelijkheid hebben ngo’s echter in de praktijk een grote vrijheid om te werken rond HIV/AIDS en RSV. We stellen vast dat RSV doorgaans opgenomen wordt binnen de missie van de ontwikkelings-ngo’s. Binnen de zorg-ngo’s daarentegen speelt RSV eerder een marginale rol. Lees meer... |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
|
||||||||||||
|
Kim Herrijgers. “Behoefteonderzoek naar de vrijetijdsbesteding bij medioren in de gemeente Wijnegem” Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen, optie Communicatiewetenschappen – Universiteit Antwerpen Om beter in te spelen op de vrijetijdsbehoeften van medioren (50 tot 60-jarigen) nam Kim Herrijgers, op vraag van de gemeente Wijnegem, hun vrijetijdsbesteding onder de loep. Zijn de medioren op de hoogte van het huidige vrijetijdsaanbod en wat vinden ze ervan? Wat houdt hen tegen om deel te nemen aan gemeentelijke activiteiten? Op basis van diepte-interviews stelt Kim Herrijgers vast dat de Wijnegemse medioren geen of weinig behoefte hebben aan bijkomende vrijetijdsactiviteiten vanuit de gemeente. Een groot deel van hun vrije tijd wordt namelijk al opgeëist door eigen hobby’s en activiteiten. Als men de aandacht van de medioren wilt trekken, dan moet een organisator rekening houden met een aantal factoren. Medioren zijn niet oud en zeker nog niet ‘out’. Ze willen niet benaderd worden als doelgroep. Het is de kunst hen zo te benaderen dat het niet opvalt. Medioren hebben bovendien slechts een beperkt engagement. Activiteiten die rekening houden met het ‘shopgedrag’ van medioren (denk aan beurtenkaarten of abonnementen) hebben meer kans op succes. Medioren willen ook verrast worden en moeten de kans krijgen om voor of na een bepaalde activiteit sociale contacten te leggen en te onderhouden. Medioren werken vaak nog. Activiteiten vinden dus het best ’s avonds of in het weekend plaats. Lees meer... |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
| Sophie Nys. "Een kwalitatief onderzoek naar mogelijke netwerkscenario’s voor een dagactiviteitencentrum (Dac) dat zich richt tot personen met een psychiatrische problematiek; Een case study aan de hand van het Dac Den Teirling." Eindverhandeling Agogische Wetenschappen - Vrije Universiteit Brussel Op vraag van DAC Den Teirling onderzocht Sophie Nys verschillende netwerkpistes opdat in heel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aanbod van dagactiviteit op maat van personen met een psychiatrische problematiek kan gerealiseerd worden. Gezien Dac’s niet erkend worden door de overheid, werd eveneens getracht de financiële haalbaarheid van netwerken in kaart te brengen. Uit de bevraging van 19 organisaties bleek dat de vraag naar aanbod van dagactiviteiten, vooral een vraag van GGZ-voorzieningen is en zich situeert in het noorden en het centrum van Brussel. Bovendien werd bevestigd dat vermaatschappelijking van de GGZ nog steeds zeer moeizaam verloopt. Over de financiering en haalbaarheid werden geen duidelijke uitspraken gedaan. Belangrijke aanbevelingen situeren zich op drie niveaus. Op het niveau van de activiteiten is er voornamelijk nood aan expertise om de toegankelijkheid van personen met een psychiatrische problematiek te vergroten. Op het niveau van doorverwijzing is er nood aan meer kennis over de werking van een Dac. Op beleidsniveau wordt het voeren van een kwalitatief beleid dat uitgaat van doelstellingen aanbevolen. Lees meer… |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
| Els Op de Beeck. "Kijk op de praktijk: kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders met (echt)scheidingsbemiddeling." Eindverhandeling Agogische Wetenschappen - Vrije Universiteit Brussel Op vraag van vzw Baso (BasisAdvies bij Scheiding en Ouderschap) en SBO vzw, deed Els Op de Beeck onderzoek naar de ervaringen van ouders met (echt)scheidingsbemiddeling. Het gaat vooral om een toetsing in hoeverre bepaalde stellingen, afgeleid uit de literatuur, aansluiten bij de bevindingen van ouders die de bemiddelingsweg volgden. Enkele stellingen:
Uit de resultaten blijkt dat 7 op de 9 vooropgestelde stellingen kunnen worden bekrachtigd. Zo blijkt dat een bemiddelaar een aantal specifieke kenmerken moet bezitten. Verder wordt bevestigd dat bemiddeling gepaard gaat met een aantal voordelen, dat bemiddeling vanuit de private sector minder betaalbaar is dan via het welzijnswerk en dat het bemiddelingsaanbod veel te weinig ouders bereikt. Ook blijkt dat het afwikkelen van een echtscheiding op tegenspraak, leidt tot een juridische strijd. En tot slot wordt gesteld dat een minderheid van de echtscheidingskinderen ernstige problemen blijkt te ontwikkelen en is het eerder het ouderlijke conflict dan de scheiding zelf die het welzijn van kinderen negatief beïnvloedt. Els Op De Beeck gaat op dit alles verder in in haar onderzoeksrapport. Lees meer… |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
Imke Pichal. “Migratiemotieven, beleving van een leven zonder papieren en terugkeerbeslissing. Een kwalitatief onderzoek naar Armeense vrouwen zonder papieren in Antwerpen” Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen, optie Sociologie – Universiteit Antwerpen Op basis van een grondige literatuurstudie, interviews met bevoorrechte getuigen en een aantal diepte-interviews met Armeense vrouwen zonder papieren onderzocht Imke Pichal de migratiemotieven van mensen zonder papieren, hoe ze hun leven zonder papieren beleven en hoe ze denken over een eventuele terugkeer naar hun land van herkomst. Dit onderzoek werd uitgevoerd op vraag van Bond Zonder Naam-sociaal, de organisatie die initiatieven ontwikkelt ten behoeve van personen en doelgroepen die door de mazen van het sociale vangnet vallen en in het bijzonder mensen zonder papieren. Imke besluit in haar thesis dat Armeense vrouwen zonder papieren een hoge integratiebereidheid hebben, groot belang hechten aan het leren van het Nederlands en hechte banden met Belgische vrienden en kennissen hebben. Lees meer… |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
Frederik Ruts en Pieter Van Kerckhoven. “Ledenprofiel van de Speelpleinen voor Groot-Antwerpen”
Ondanks een recente uitbreiding van het aantal Antwerpse speelpleinen en de invoering van een sociaal tarief, specifiek om deelname van kansarme kinderen te stimuleren, merkten de Speelpleinen voor Groot-Antwerpen op dat het ledenaantal de afgelopen jaren stagneerde. Op hun vraag onderzochten Frederik Ruts en Pieter Van Kerckhoven het waarom van deze evolutie, de mogelijke oorzaken en oplossingen. Op basis van observaties tijdens de speelpleinen en een bevraging van de ouders gingen ze in de eerste plaats het profiel van de leden na. Lees meer… |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
| Liese Taelemans. “Beeldvorming van jongeren (12 tot 18 jaar) over ouderen (55+).” Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel Liese Taelemans onderzocht eveneens een vraag van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ), afdeling Brussel-Oost. Zij ging na hoe jongeren van 12 tot 18 jaar denken over 55-plussers. De laatste jaren horen we veel over de vergrijzing, de problemen rond de pensioenen die zullen ontstaan, de kans dat we langer zullen moeten werken, e.d. Jongeren zullen in de toekomst geconfronteerd worden met een groeiend aantal ouderen. Vele onderzoeken wezen uit dat het beeld van jongeren over ouderen helemaal niet zo positief is. In dit onderzoek concluderen we dat jongeren vrij negatief staan tegenover ouderen, zeker wat de fysieke achteruitgang betreft. Op sociaal en mentaal vlak scoren ouderen wel positiever. Rimpels, grijs haar, lief, blij en goed met kinderen omgaan zijn de meest aangeduide kenmerken van ouderen. Ook bij dit onderzoek enkele aanvullingen van het CGGZ: Uit de vergelijking van de opgestelde schalen besluit Liese Taelemans dat de frequentie van de contacten die jongeren hebben met ouderen, een parameter is voor een positiever beeld van ouderen. Hier wil het CGG de opmerking aan vastkoppelen dat het voor het zelfconcept van de huidige en de toekomstige generatie ouderen van belang is dat intergenerationele contacten maatschappelijk gestimuleerd worden (in woonvormen, onderwijs, …), dat men isolement en gettovorming vermijdt, en er over gewaakt wordt dat het discours over en met ouderen (in media, in de zorgsector enz.) niet neerbuigend is. Zoals iedereen, wil elke oudere als een waardig en verantwoordelijk persoon in het leven staan. Een negatieve beeldvorming discrimineert ouderen en tast hun betekenis aan. En jongeren die negatief denken over ouderen gaan zich later ook ageïstisch gedragen tegenover zichzelf, als ze zélf oud worden. Lees meer… |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
![]() |
Anke Vander Stuyft. “Wat is het profiel van vrouwen die het slachtoffer zijn van partnergeweld, wanneer zij naar de hulpverlening stappen?” Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel In het huidige patriarchaat, waar mannen het voor het zeggen hebben, durven zij hun macht te laten gelden door geweld te gebruiken ten opzichte van hun partner. Sommigen van deze vrouwelijke slachtoffers kiezen ervoor een einde te maken aan deze gewelddadige tijd en stappen naar de hulpverlening. In samenspraak met de Beweging tegen Geweld – vzw Zijn en promotor Telidja Klai, onderzocht Anke Vander Stuyft het profiel van de vrouwen op het moment dat ze naar de hulpverlening stappen. Lees meer... |
![]() |
||||||||||
| top | ||||||||||||
Lize Van Dijck. “Naar gelijke onderwijskansen - De maatschappelijke taak van het onderwijs in het licht van de multiculturele samenleving” Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen, optie Sociologie – Universiteit Antwerpen Nergens is de kloof tussen goed- en slechtpresterende leerlingen zo groot als in Vlaanderen. Kansarme en allochtone leerlingen hebben meer kans om laaggeschoold of vroegtijdig de schoolbanken te verlaten. Op vraag van het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen en in samenwerking met Coresta Group, vertegenwoordigers uit het onderwijs en de armoedeverenigingen, onderzocht Lize Van Dijck de mogelijke oorzaken die aan de basis liggen van deze ongelijke kansen. Gesprekken met jongeren, ouders, leerkrachten en directie werden geanalyseerd om na te gaan hoe zij hun rol en die van anderen in het opvoedingsproces ervaren en welke moeilijkheden zij ondervinden en waarnemen. De belangrijkste oorzaak voor de ongelijke kansen ligt in het verschil tussen de thuis- en de schoolcultuur van de allochtone en de kansarme jongeren. De gevoelens van ouders ten opzichte van onderwijs zijn hier een belangrijke factor: zij wantrouwen onderwijs en hebben daardoor nauwelijks interesse in de schoolprestaties van hun kinderen. Dé manier om ouders vertrouwen te geven in het instituut onderwijs is participatie en communicatie. De uitbouw van een ‘brede school’ kan een stap vooruit zijn. Een ‘brede school’ is een samenhangend netwerk tussen allen die bij opgroeien en opvoeden betrokken zijn (onderwijs, sport, cultuur en welzijn) met de school als middelpunt. Zo kan gedreven samenwerking tussen ouders, leerkrachten, leerlingen en externe verenigingen gerealiseerd worden. Lees meer... |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
| Bieke Vens. "Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van de Vlaamse 60–plusser." Eindverhandeling Agogische Wetenschappen - Vrije Universiteit Brussel Bieke Vens onderzocht de maatschappelijke participatie van senioren in Vlaanderen op basis van 30.777 behoefteonderzoeken die werden afgenomen. Maatschappelijke participatie werd belicht vanuit vier deelaspecten namelijk sociaal netwerk, buurtbetrokkenheid, participatie aan het verenigingsleven en internetgebruik. Uit het onderzoek blijkt dat er een samenhang bestaat tussen leeftijd en de vier deelaspecten van maatschappelijke participatie. Naarmate de leeftijd stijgt, vermindert de maatschappelijke participatie. Alleen ten opzichte van buurtbetrokkenheid gaat die bevinding niet op. Mannen scoren beter dan vrouwen op ieder deelaspect van maatschappelijke participatie uitgezonderd op kwantiteit van het sociaal netwerk. Naarmate het inkomen en het opleidingsniveau stijgt, stijgt de maatschappelijke participatie. Hoe meer ouderen zich verplaatsen met de fiets of te voet, hoe groter hun maatschappelijke participatie. Bij verplaatsing met bus of tram gaat deze stijgende lijn niet op. Een piek van maatschappelijke participatie wordt bereikt bij ouderen die zich minder dan éénmaal per maand of maandelijks verplaatsen met bus of tram. Een laatste determinant, gezondheid, vertoont eveneens een significante samenhang met de vier deelaspecten van maatschappelijke participatie. Hoe beter de gezondheid, hoe groter de maatschappelijke participatie. Lees meer… |
||||||||||||
| top | ||||||||||||
Birgit Wauters. “Ouderenmis(be)handeling in Vlaanderen. Een empirisch onderzoek.” Eindverhandeling Sociologie – Vrije Universiteit Brussel Dat ouderenmis(be)handeling een ernstig sociaal probleem is, bewijst de groeiende aandacht van media en overheidsinstanties. Ook Beweging tegen Geweld – vzw ZIJN hecht enorm belang aan deze vorm van geweld. Zij vroegen via de Wetenschapswinkel dit onderzoek aan. Want het leek alsof wetenschappelijk onderzoek naar dit fenomeen in Vlaanderen uitbleef. Om hierin verandering te brengen nam Birgit Wauters ouderenmis(be)handeling in Vlaanderen onder de loep. Ze spitst zich toe op dit ernstig sociaal probleem en tracht een beeld te vormen van de slachtoffers en de plegers van deze vorm van geweld in Vlaanderen. Lees meer... |
![]() |
|||||||||||
| top | ||||||||||||
![]() de Wetenschapswinkel een vernieuwde Engelstalige website heeft? Het Netwerk van Vlaamse Wetenschapswinkels is internationaal een uniek gegeven. Om de internationale uitstraling te versterken, werd onze Engelstalige site in een nieuw kleedje gestoken. U vindt hem op http://www.scienceshops.be. |
![]() er momenteel een Europese Call open is die in aanmerking komt voor non-profit-organisaties? Binnen het programma van Socio-economic Sciences and Humanities, zijn er 2 oproepen die open gesteld zijn voor non-profitorganisaties (SSH-2007-2.1.1. en SSH-2007-5.1.1.). Deadline voor indienen is uiterlijk 29 november 2007 om 17u. Meer info hierover vind je op www.cordis.europe.eu binnen het thema "Socio-economic Sciences and Humanities"(werkprogramma te downloaden) ![]() |
het Netwerk van Vlaamse Wetenschapswinkels sterk vertegenwoordigd werd op het 3de Internationaal Congres van Living Knowledge in Parijs? Drie medewerkers gaven er een presentatie over de structuur van het netwerk, de complexe databank/administratieve tool en een voorstel van een financieringsmodel. Meer info over het congres: http://sciencescitoyennes.org Meer info over de bijdragen geleverd door onze medewerkers: Sofie Van Den Bossche: "Structural embedding of science shops in a governmental science communication policy" Stefanie Goovaerts: "An ONLINE DATABASE: the working tool of regional university based science shops allied in a network" Ils De Bal:"An allocation model for Science Communication" |
||||||||||
| top | ||||||||||||
Wenst u deze nieuwsflash in de toekomst niet meer te ontvangen, stuur dan een mailtje naar idebal@vub.ac.be met de boodschap "niet meer doorsturen" |
||||||||||||
September 2007 |
||||||||||||
![]() |
"De Wetenschapswinkels zijn een actie die wordt ondersteund binnen het actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie. Dit actieplan is een initiatief van de Vlaamse Regering" | ![]() |
||||||||||