WETENSCHAPSWINKEL

NIEUWSFLASH 4 - ONDERZOEKSNIEUWS

   
Inhoudstafel


1. Aankondigingen
Oproep Wetenschapswinkel

Steek je licht op!


2. Minderheden
2.1 Psychologische impact op asielzoekers

3. Seksualiteit
3.1 Man bijt vrouw
3.2 RSV in het secundair onderwijs

3.3 Seksualiteit bij jonge tieners
3.4 Seksualiteit bij jongvolwassenen


4. Geweld
4.1 Kind-getuigen van oudergeweld; mogelijke gevolgen
4.2 Kind-getuigen van oudergezeld; effect op ontwikkeling
4.3 Interpersoonlijke conflicten tussen siblings


5. Cultuur
5.1 Analyse "Iedereen leest"
5.2 Kunstdecreet versus cultuurindustrieel beleid
5.3 Diversiteit op concertpodia
5.4 Vlaanderen - Nederland: muziek
5.5 Vorming van cultuurbeleid


6. Zorg en Welzijn
6.1 Mensen met een handicap:
profiel en behoeften

6.2 Jeugdhulpverlening; ervaring
en behoeften

6.3 Jongeren en verliessituaties
6.4 Relatie leiderschapsstijl en organisatiegrootte van RVT's
6.5 Impact vergrijzing op het tekort van verpleegkundigen
6.6 EB-patiënten en hun noden
6.7 Het welbevinden in RVT's
6.8 Impact bij ziekenhuisopname
6.9 Dienstencentra Vlaanderen
versus dienstencentra Brussel

6.10 Ouderenbeleid
6.11 Impact scheiding op relatie grootouders en kleinkinderen
6.12 Multimedia-gebruik bij
patiënten
met bloedkanker

7. In-/uitschrijven op de Nieuwsflash/Nieuwsbrief

B
este lezer,


We zijn er weer! En ditmaal werden maar liefst 24 onderzoeksrapporten afgeleverd. U krijgt hier alvast een voorsmaakje van wat er allemaal onderzocht werd.

De integrale onderzoeksrapporten zijn te downloaden via de websites van de Wetenschapswinkel Antwerpen en de Wetenschapswinkel Brussel.


Veel leesplezier!


 
Aankondigingen


*** GEZOCHT GEZOCHT GEZOCHT GEZOCHT ***
*** GEZOCHT GEZOCHT GEZOCHT ***



De Wetenschapswinkel is er ook voor u!



Het Netwerk van Vlaamse Wetenschapswinkels zoekt
– in het kader van een project voor laatstejaarsstudenten -
instellingen of organisaties die met maatschappelijke vragen zitten,
maar door een gebrek aan mensen, middelen of tijd,
hier zelf geen antwoord op kunnen vinden.


Wat bieden wij?
- Het gaat om thesisstudenten die wetenschappelijk onderzoek verrichten.
- Het onderzoeksrapport zal het eindresultaat zijn van dat wetenschappelijk onderzoek, begeleid door een promotor/expert.
- Vervolgacties ter verspreiding van de onderzoeksresultaten

Wat verwachten wij?

- Vragen die binnen een tijdsperiode van 1 academiejaar kunnen
beantwoord worden.
- Een zekere mate van ondersteuning vanuit de organisatie via
mankracht, cijfers, jaarverslagen, contacten met de doelgroep.


Misschien kan de Wetenschapswinkel u wel verder helpen!


Kijk op www.wetenschapswinkel.be
of dien je aanvraag nu in: aanvraagformulier






 
Aankondigingen


Kom uit uw Kot en … Steek je licht op! – 24 november 2007, ICC Gent


Op 24 november vindt de Dag van de verenigingen met als slogan ‘Kom uit uw kot en … Steek je licht op!’ plaats.
In het ICC in Gent kunnen verenigingen en vrijwilligers er tussen 13 en 19.30 uur interactief ervaren waar andere verenigingen mee bezig zijn. Kom het voelen, proeven, testen, ruiken en horen. Zorg dat je dit niet mist! Op het programma staat een heuse verenigingenmarkt waar je in een ‘verlichte sfeer’ kan snuisteren tussen de verenigingen.

In het in-licht-ingendorp kan je terecht voor interactieve infosessies en debatten. Kinderanimatie op een speelplein, een hapje en drankje in de ‘Licht beschonken’ bar of even relaxen in de Dark Room? Genoeg om jouw licht op te steken!

De dag wordt afgesloten met een uniek extra optreden van Bart Peeters ‘Slimmer dan de zanger’!
Maak er een daguitstap van. Neem je vereniging, vrijwilligers en familie mee naar de Dag van de verenigingen.  

Klik door naar www.komuituwkot.be voor het programma, info over de debatten en verenigingen.  


 top
Minderheden
 


Sandra De Jongh. "Psychologische impact van (langdurig) verblijf in open centra op asielzoekers." Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. T. Van Loon

Uit internationaal onderzoek blijkt dat een verblijf van asielzoekers in een opvangcentrum vaak een invloed heeft op het welbevinden van die asielzoekers. Sandra De Jongh onderzocht de problematiek in Vlaanderen en Brussel. Negen volwassen asielzoekers werden bij het onderzoek betrokken. De helft van hen verbleef in open opvangcentra van Fedasil. De andere helft in een open opvangcentrum van het Rode Kruis. De resultaten van het onderzoek ondersteunen de idee dat een verblijf in een open opvangcentrum een psychologische impact heeft op asielzoekers. Ook blijkt uit de resultaten dat een dergelijk verblijf invloed (zowel positief als negatief) heeft op het gedrag en de mentale processen van asielzoekers.

Lees meer…

 
Seksualiteit
   








Sara Garrebeek. "Man bijt Vrouw. Een kwalitatief onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag binnen intieme relaties."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. T. Klaï

De algemene bevolking heeft een weinig representatief beeld van grensoverschrijdend gedrag binnen intieme relaties. Dit komt omdat verscheidene vormen van partnergeweld bestaan. Dit onderzoek focust zich op common couple violence. Deze geweldsvorm heeft in hoofdzaak betrekking op milde uitingen van grensoverschrijdend gedrag, die occasioneel plaatsvinden in de context van een conflict en waarbij beide partners daar in bijna even grote mate voor verantwoordelijk zijn (gendersymmetrie).
Sara Garrebeek betrok 8 koppels tussen 20 en 25 jaar in haar onderzoek en concludeerde dat bijna uitsluitend mild grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt, waarbij de hoofdbrok wordt ingenomen door psychologisch en in mindere mate door fysiek grensoverschrijdend gedrag. Rechtstreekse verbanden van mogelijke beïnvloedende factoren zijn moeilijk aan te tonen. Identificatie van een aantal relevante concepten vond wel plaats. Duidelijk werd dat de invloed van zowel intra- als interindividuele factoren op conflicten en bijgevolg op grensoverschrijdend gedrag geenszins causaal is. Integendeel is de interactie tussen individuele, communicatieve, relationele en conflictueuze elementen van belang. Het dynamisch samenspel van deze factoren maakt dat op deze verschillende niveaus mogelijke protectieve en risicofactoren hun impact op conflict en grensoverschrijdend gedrag doen gelden.

Lees meer…

top  
Seksualiteit

   



Sien Herbots. "Relationele en seksuele vorming in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs." Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. N. Engels

In dit onderzoek, op vraag van Sensoa, werd enerzijds onderzocht in welke mate de topics rond relaties en seksualiteit binnen de vakgebonden eindtermen natuurwetenschappen van de eerste graad en binnen de vakoverschrijdende eindtermen gezondheidseducatie van de tweede graad geïmplementeerd werden. Anderzijds werd er onderzocht welke mogelijke factoren een rol spelen bij de implementatie van deze eindtermen. Bijna alle topics rond relaties en seksualiteit binnen de vakgebonden eindtermen natuurwetenschappen werden door de leerkrachten aangehaald in de les. Voor de topics binnen de vakoverschrijdende eindtermen gezondheidseducatie was dit niet het geval. Geen enkel topic werd door alle leerkrachten aangehaald. Oorzaken hiervoor kunnen zijn: factoren die te maken hebben met de leerkracht zelf zoals de ervaring, de kennis, de vooropleiding, de vaardigheden en de persoonlijke visie; factoren die te maken hebben met de leerlingen en de klas zoals de samenstelling van de klas, de onderwijsvorm, de interesse van de leerlingen en de klassfeer; en factoren die te maken hebben met de school, meer bepaald met het schoolbeleid.

Lees meer…

top  
Seksualiteit


 

Eva Maertens. "De seksualiteitsbeleving van jonge tieners. Een kwalitatieve beschrijvende studie naar hun concrete seksuele handelen, denken en voelen."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. T. Klaï

Eva Maertens onderzocht door middel van semi-gestructureerde interviews, de seksualiteitsbeleving van jonge tieners (10 tot 14 jarigen). Uit de resultaten blijkt dat ouders een belangrijke rol blijven vervullen in het leven van de jonge tiener, die naast de relatie met de ouders in toenemende mate ook veel belang hecht aan relaties met leeftijdsgenoten. Peerrelaties bieden de ideale context voor het oefenen van communicatieve en relationele vaardigheden. De eerste romantische relaties zijn gericht op sociale status verwerven en experimenteren met seksualiteit. Tegelijkertijd vormen jonge tieners zich allerlei attitudes omtrent seksualiteit, waarbij de ouderlijke invloed sterk aanwezig blijft. Hoewel jonge tieners niet veel praten over seksualiteit, duiden ze de leeftijdsgenoten aan als belangrijkste gesprekspartners, met wie ze het vooral over de belevingsaspecten van seksualiteit hebben. Bij hun ouders winnen jonge tieners voornamelijk advies in rond meer technische aspecten. Uit het onderzoek komt naar voor dat jongeren wel op de hoogte zijn van algemene zaken, maar toch een tekort aan basiskennis en –vaardigheden hebben. Daarnaast is er ook vaak sprake van een kloof tussen verworven kennis en effectief gesteld gedrag.

Lees meer…

 
top
Seksualiteit

     
Katrien Verhoogen. "Het seksuele gezondheidsgedrag van jongvolwassenen: een onderzoek bij 20 tot 25-jarigen in het Brussels Hoger Onderwijs."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. T. Klaï

Katrien Verhoogen onderzocht het seksuele gezondheidsgedrag van jongvolwassenen en concludeerde dat aan de vereisten om een seksueel gezonde mentaliteit te handhaven, voldaan werd. De meeste studenten hebben namelijk een goed niveau van kennis over soa, hiv en zwangerschap, een positief seksueel zelfbeeld, open en progressieve attituden ten aanzien van genderrolverwachtingen en seksueel gezond gedrag en voldoende assertiviteit om hun partner aan te spreken over seksuele gezondheid. Het risico op gevolgen van seksueel ongezond gedrag schatten zij eerder klein in, vooral wat betreft soa en hiv. Algemeen lijkt te gelden ‘hoe duidelijker aanwezig het risico dat kan gelopen worden, hoe groter de kans dat er voorzorgen worden genomen’. Een groot gevaar schuilt echter in de overgang van mentaliteit en gesteld gedrag.

Lees meer...
top    
Geweld


Stephanie Lotgering. "Kinderen die getuige zijn van ouderlijk partnergeweld: onderzoek naar de mogelijke gevolgen."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. I. Ponjaert-Kristoffersen

Stephanie deed op vraag van vzw ZIJN onderzoek naar de gevolgen voor jongeren die getuige zijn geweest van ouderlijke conflicten. 72 jongeren tussen de 16 en 18 jaar oud uit het algemeen secundair onderwijs vulden een vragenlijst in. Uit de resultaten blijkt dat 38,9% nauwelijks geconfronteerd wordt met ouderlijke conflicten, eveneens 38,9% wordt af en toe blootgesteld aan ouderlijke ruzies en 22,2% van de respondenten is frequent getuige van conflicten tussen hun ouders. Stephanie bekeek ook of jongeren die ouderlijke conflicten melden meer agressie vertonen en of er verschillen zijn tussen jongens en meisjes. De resultaten geven geen eenduidig beeld. Een groot aantal van de ondervraagde jongeren gebruikt agressief gedrag ongeacht de frequentie van conflict. Voorts werd onderzocht of meisjes die ouderlijke conflicten melden meer internaliserend probleemgedrag gaan vertonen. De resultaten ondersteunen de hypothese statistisch noch kwalitatief. Hieruit blijkt dat zowel jongens als meisjes internaliserende gedragingen vertonen en dus niet een meerderheid aan meisjes. Ten slotte werd nagegaan of jongens die ouderlijke ruzies melden meer externaliserend probleemgedrag gaan vertonen. Statistisch werd hier geen ondersteuning voor gevonden maar kwalitatief wel. Naarmate de frequentie van conflict toeneemt, gaan jongens eerder kwaad worden en agressief gedrag vertonen.

Lees meer...

top            
Geweld


Evy Van De Velde. "Kinderen die getuige zijn van ouderlijk partnergeweld: onderzoek naar de invloed van risico- en protectieve factoren op de ontwikkeling van jongeren."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. I. Ponjaert-Kristoffersen

Evy Van De Velde tracht in dit onderzoek op vraag van Beweging tegen geweld-vzw ZIJN in kaart te brengen wat de risico- en protectieve factoren zijn bij jongeren die getuige zijn van ouderlijke conflicten. Risico- en protectieve factoren kunnen gelegen zijn bij het kind of in de sociale omgeving. Evy onderzocht vooral de factoren gelegen bij het kind. Deze factoren worden bevraagd d.m.v. een vragenlijst bij leerlingen (72) uit het laatste jaar algemeen secundair onderwijs. Van deze populatie meldt 22,2 % op regelmatige basis te worden geconfronteerd met ouderlijke conflicten. Naarmate de frequentie en de intensiteit van conflicten toeneemt, melden jongeren meer probleemgedrag. Wat betreft de copingstijl is emotionele expressie een stijl die door de jongeren frequent wordt gebruikt. Tot slot worden geslachtsverschillen m.b.t. de copingstijlen opgemerkt wanneer er een onderscheid wordt gemaakt tussen jongeren die geen conflicten waarnemen en diegene die herhaaldelijk conflicten waarnemen.

Lees meer...
top          
Geweld


 
Nathalie Wolfs. " Interpersoonlijke conflicten tussen siblings: een vergelijkend onderzoek."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. I. Ponjaert-Kristoffersen

Nathalie ging op vraag van Beweging tegen geweld-vzw ZIJN de verschillende aspecten van de siblingrelatie, de prevalentie van conflict en verschillende conflictvormen tussen siblings in de adolescentieperiode na. Daarnaast onderzocht ze voor 269 respondenten ook de samenhang tussen leeftijd en siblingconflict en geslacht en siblingconflict.
De groep werd onderverdeeld in vroeg-adolescenten (12-14 jr), midden-adolescenten (16-18 jr) en laat-adolescenten (21-25 jr). De resultaten geven weer dat conflicten niet weg te denken zijn in de siblingrelatie, maar dat ze niet overheersend zijn. Siblings zij het al eens oneens met elkaar en hebben wel eens ruzie, maar ernstige vormen van conflict worden weinig gerapporteerd. De meeste respondenten verklaren hun relatie met een broer of zus doorgaans als vriendschappelijk en onderlinge hulp en steun blijken sterk aanwezig. Naarmate de siblings ouder worden, maken ze minder ruzie. Meisjes vechten minder onderling dan jongens en zullen meer steun bieden aan hun broer dan omgekeerd. Daarnaast blijken onderlinge cohesie binnen het gezin en positieve vrijetijdsbesteding een steunvolle en vriendschappelijke relatie tussen de siblings in de hand te werken. Het tegendeel blijkt ook. Een conflictueus gezin verhoogt de kans op ruzie en vechten tussen de kinderen.

Lees meer...

top            
Cultuur


Marleen Baillieul. "Read My Lips! Onderzoek naar de veranderende rol van literaire recensenten in een context van digitalisering. Kritische analyse van het leesbevorderingstraject ‘Iedereen Leest’."
Eindverhandeling Communicatiewetenschappen – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. J. Bauwens

Marleen Baillieul deed op vraag van Stichting Lezen onderzoek naar de rol van de recensent met als casestudy het leesbevorderingsproject “Iedereen Leest”. Doel van dat project is om occasionele lezers te stimuleren meer te lezen, maar ook om een netwerk op te bouwen van lezers die ‘boekentips’ op de website posten. Uit de studie blijkt dat “Iedereen Leest” door een bepaalde groep lezers actief wordt gebruikt. Het project sluit aan bij bestaande interesses en de eigen leefwereld en biedt, dankzij het ruime publiek van mede-geïnteresseerden, extra mogelijkheden om leesgerichte activiteiten uit te breiden. “Iedereen Leest” zorgt bij deze lezers voor verbreding en verdieping van de cultuurparticipatie. Bijkomende (technologische) initiatieven kunnen zorgen dat deze actieve deelnemers aan de basis liggen van het ontstaan van een (h)echte community van lezers.

Lees meer…



top
Cultuur


Brecht Gielis. "De opportuniteiten van het kunstendecreet versus cultuurindustrieel beleid voor de popmuziek in Vlaanderen."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. K. Segers

Sinds 1998 voert de Vlaamse overheid een beleid naar popmuziek. Dit beleid zit vervat in het ruimere kunstenbeleid, dat geregeld wordt door het kunstendecreet. Het kenmerkt zich door het verstrekken van subsidies op basis van het kwaliteitsprincipe. Sinds 1 april 2006 heeft de overheid er met CultuurInvest een nieuw beleidsinstrument bij om het popgebeuren in Vlaanderen een duwtje in de rug te geven. CultuurInvest is een fonds dat risicokapitaal verschaft aan culturele ondernemers. Geen subsidies, maar leningen. Niet de kwaliteit, maar het marktpotentieel is het leidende principe. Brecht laat in zijn onderzoek zowel de beleidsmakers als de popmuzieksector aan het woord. Zo wordt gekeken welke de mogelijkheden zijn voor enerzijds CultuurInvest en anderzijds het kunstendecreet. Er wordt een antwoord gegeven op vier concrete vragen: Wat zijn de doelstellingen van het kunstendecreet? Waarom nu ook een cultuurindustrieel beleid? Wat zijn de verwachtingen vanuit de popsector van het kunstendecreet en wat zijn de verwachtingen vanuit de popsector tegenover CultuurInvest?

Lees meer...
top
Cultuur


Kristof Meeus. "Welke diversiteit op de Vlaamse concertpodia? Een kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de diversiteit anno 2005-2006 van de concertprogrammatie in relatie tot economische, politieke factoren en de rol van de muziekprogrammator."
Eindverhandeling Sociologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. K. Segers

Ook Kristof Meeus werkte rond een vraag van het Muziekcentrum Vlaanderen. Vlaanderen heeft een ruim muzikaal aanbod, maar is dat aanbod ook divers? Vinden de minder bekende muzikanten, componisten en werken een podium? Hoe gebeurt de muziekprogrammering? Wordt het publiek op haar wenken bediend? Kristof ging na hoe het gesteld is met de diversiteit in live muziek op de Vlaamse podia voor de periode 2005-2006 en welke factoren en actoren hierop een invloed uitoefenen. Hij maakte een inventarisatie op van de live muziek gebracht in de verschillende Vlaamse kunstencentra in de periode 2005-2006. De inventaris is opgemaakt aan de hand van de speellijsten of programmaboeken van de verschillende kunstencentra. De vaststellingen afgeleid uit de inventaris tracht verklaart Kristof door zich te verdiepen in het samenspel van de verschillende actoren en deelgroepen die actief zijn in de muzieksector. Wat is de rol of functie van de verschillende partijen en wat is hun invloed op het muziekgebeuren.

Lees meer...

top
Cultuur
 



 

Sofie Teughels. "Beste buren of valse vrienden? Een stand van zaken over de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland inzake muziek."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. K. Segers

Hoe is het gesteld met de samenwerking tussen Nederland en België inzake muziek? Sofie onderzocht dit op vraag van het Muziekcentrum Vlaanderen. Muziekcentrum Vlaanderen heeft de indruk dat er veel Vlaamse popgroepen op Nederlandse podia staan maar niet omgekeerd. In de klassieke muziek leeft de indruk dat het juist omgekeerd is. Sofie legde volgende onderzoeksvragen voor aan structureel gesubsidieerde muziekhuizen in Vlaanderen: wat gebeurde er daadwerkelijk aan samenwerking de afgelopen 5 seizoenen, welk belang hechten de muziekhuizen aan deze samenwerking en zijn er eventuele knelpunten in de samenwerking? Blijkt dat er wel degelijk samenwerking bestaat tussen beide landen en ze staan er ook voor open. Maar deze samenwerking wordt niet meer of minder prioritair gezien dan de samenwerking met een ander land. Het aandeel Nederlandse concerten/voorstellingen in het totaal aantal buitenlandse concerten/voorstellingen is dan ook niet groot. Er wordt vooral samengewerkt voor klassieke muziek. De samenwerking kent ook verschillende knelpunten. Dat komt vooral doordat beide landen niet goed op de hoogte zijn van de situatie aan de andere kant van de grens.

Lees meer...
top
Cultuur

Wietske Van Gils. "Hoe wordt cultuurbeleid gevormd? De opmaak van het cultuurbeleidsplan in Wijnegem als casestudy."
Masterscriptie Sociaal Werk - Universiteit Antwerpen – promotor: Prof. dr. D. Mortelmans  

Wietske Van Gils heeft dit onderzoek uitgevoerd op vraag van de gemeente Wijnegem. Het doel was om de noden en behoeften van haar bewoners rond vrije tijd in kaart te brengen, als basis voor het integraal cultuurbeleidsplan 2008-2013. Hiervoor werd een kwalitatief onderzoek opgestart waarbij zowel bewoners van 16 tot 85 jaar, vrijwilligers bij de gemeente zelf en een aantal sport-, cultuur- en jeugdverenigingen bevraagd werden. Een goed beleid dient volgende richtlijnen te volgen: het moet democratisch, doelmatig en efficiënt zijn, het moet intern en extern samenhangen en de continuïteit van de projecten moet gewaarborgd worden. Volgens deze richtlijnen voert Wijnegem een goed cultuurbeleid. Door alle actoren en leeftijdscategorieën aan bod te laten komen gaat Wijnegem zeker democratisch te werk. Wijnegem heeft een rijk en standvastig aanbod aan verenigingen en activiteiten. De infrastructuur die ooit is opgebouwd, wordt ook zeer goed onderhouden, wat bijdraagt aan de continuïteit van de projecten. Aan de communicatie en externe samenhang kan Wijnegem nog werken. De inwoners zijn doorgaans goed geïnformeerd over het reilen en zeilen in het verenigingsleven, maar de verenigingen zelf zijn niet helemaal bekend met het aanbod van gemeentelijke ondersteuning. Verenigingen onderling hebben niet veel contact met elkaar, maar een behoefte naar een diepgaande samenwerking tussen verenigingen lijkt niet aanwezig. In het integraal cultuurbeleidsplan moeten de verschillende beleidsdomeinen op elkaar afgestemd worden. Om de externe samenhang tussen de verschillende verenigingen te stimuleren kunnen meer gezamenlijke activiteiten of vergaderingen georganiseerd worden. De belangrijkste conclusie geldt dan ook dat tijd en geld investeren in de bestaande en nieuwe communicatiekanalen zeker de moeite blijft.

Lees meer…

top
Zorg en Welzijn


Dries Adams. "Profiel- en behoefteanalyse van de leden van een vereniging voor personen met een handicap. Een empirisch onderzoek bij KVG-Vorming."
Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen (optie Sociologie) - Universiteit Antwerpen – promotor: Prof. dr. J. Breda  

Hoe goed speelt KVG-Vorming in op de behoeften van mensen met een handicap? En waar kan de organisatie haar beleid bijstellen? Deze vragen stonden centraal in de eindverhandeling van Dries Adams. Hij onderzocht in de eerste plaats via een enquête het profiel van de leden en in welke mate zij bekend en tevreden zijn met de aangeboden activiteiten, de diensten en het tijdschrift Handiscoop. Ten tweede ging hij de participatie van de leden na en hun redenen om al dan niet gebruik te maken van het aanbod. Het onderzoek toont aan dat de actiefste leden jongvolwassen mannen zijn die in een collectieve voorziening verblijven. De minst actieve leden zijn bejaarde, alleenwonende, laaggeschoolde vrouwen. Mobiliteitsproblemen en een gebrek aan assistentie of gezelschap zijn de voornaamste redenen om niet deel te nemen aan activiteiten. Over het algemeen zijn de deelnemers tevreden over de activiteiten. Het tijdschrift Handiscoop wordt vooral gelezen door oudere, hoger opgeleide, alleenwonende leden. De niet-lezers zijn jong, weinig of niet geschoold, en wonen in een collectieve voorziening. De voornaamste drempels voor het lezen zijn een visuele of verstandelijke handicap en het gebrek aan interesse.

Lees meer...
top
Zorg en Welzijn

Jill Debraeckeleer. "Onderzoek naar de kennis, ervaring en behoeften van adolescenten met betrekking tot rechtstreekse toegankelijke jeugdhulpverlening."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. C. Andries

Uit de resultaten van het onderzoek ‘Gelukkig zijn’ in 2000 van In Petto Jeugddienst Informatie en Preventie blijkt dat weinig jongeren de stap naar een rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening zetten. Jill Debraeckeleer onderzocht in haar studie waarom jongeren al dan niet de stap naar een hulpverleningdienst zetten en op welke manier jongeren beter kunnen bereikt worden.
Een aantal mogelijk belemmerende factoren zijn naar boven gekomen:
  • jongeren zoeken in eerste instantie hulp bij hun vrienden;
  • onduidelijk beeld van wat verwacht kan worden van een jeugdhulpverlening;
  • gevoel van onpersoonlijkheid en wantrouwen tegenover de jeugdhulpverlening.


Redenen waarom juist wel naar een hulpverlening wordt gestapt:
  • onpersoonlijkheid (bij schaamtegevoel tov vrienden);
  • beroepsgeheim van een hulpverlener (geen risico op doorvertellen).


Om jongeren beter te kunnen bereiken, werden er ook een aantal tips geformuleerd. Deze zijn: inspelen op de leefwereld van de jongeren, jongeren benaderen vanuit een positief perspectief en niet alleen vanuit problemen, duidelijke informatie overbrengen, de houding van de hulpverlener bijstellen indien nodig, nieuwe methodieken zoals e-mail/ chatten hanteren en voorstellingen van de diensten op school uitbreiden.

Lees meer…

top
Zorg en Welzijn

Greet De Prins. "Hoe gaan jongeren in Vlaanderen tussen 15 en 19 jaar om met verschillende verliessituaties? Een kwalitatief onderzoek." Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. C. Andries

Aan de hand van 12 focusgroepinterviews bij 114 Vlaamse jongeren onderzocht Greet De Prins hoe jongeren tussen 15 en 19 jaar omgaan met verschillende verliessituaties. Jongeren worden op vlak van verlies te vaak als deel van de volwassen- of juist van de kinderpopulatie beschouwd. Jongeren zijn noch kinderen en noch volwassenen. Ze verdienen speciale aandacht zodat verlieservaringen hun verdere ontwikkeling niet compliceert. Uit de interviews blijkt dat jongeren verlies begrijpen maar dat ze hun gevoelens en herinneringen vaak bewust verdringen om er niet steeds mee geconfronteerd en/of onderscheiden te worden van anderen. Jongeren stellen dat verlies een grotere impact heeft op hun leven dan op het leven van een volwassene aangezien zij een gebrek aan kennis en ervaring hebben om met verliessituaties op een gepaste manier om te gaan. Zij geven hun opvoeding en de steeds haastigere, rationelere en economisch wordende samenleving mede de schuld van het niet kunnen omgaan met verlies. Jongeren beschouwen jammer genoeg afleiding (drank, drugs en amusement) als een goede vorm van verliesverwerking.

Lees meer…

top
Zorg en Welzijn


 
Chris Deryckere. "De relatie tussen leiderschapsstijl en de organisatiegrootte: een onderzoek naar de relatie tussen leiderschapsstijl van de directie enerzijds en de grootte van het woon- en zorgcentrum anderzijds in de provincie West-Vlaanderen."
Eindverhandeling Gerontologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. C. Geerts

Chris Deryckere onderzocht de relatie tussen leiderschapsstijl en de grootte van woon- en zorgcentra. Dit onderzoek vertrok vanuit een theoretisch model waarbij 8 leiderschapsstijlen in beschouwing worden genomen aangehaald: Producent, Bestuurder, Controleur, Coördinator, Mentor, Stimulator, Innovator en Bemiddelaar. Een sterke manager moet in staat zijn die acht rollen te combineren en ze op het juiste moment toe te passen afhankelijk van de interne en externe omstandigheden van de organisatie. Hoe beter een manager dit beheerst, des te effectiever zal de manager binnen de organisatie opereren.
Hoe sterk de relatie is tussen de verschillende leiderschapsstijlen en de grootte van een woon-en zorgcentrum leest u in het onderzoeksrapport van Chris.

Lees meer…
top
Zorg en Welzijn

Marleen Jacobs. "Impact van de vergrijzing op het tekort aan verpleegkundigen. Arbeidsmigratie: een oplossing?"
Eindverhandeling Politieke en Sociale Wetenschappen (optie Sociologie) -Universiteit Antwerpen – promotor: Prof. dr. B. Cantillon  

De vergrijzing zal ongetwijfeld een impact hebben op de vraag naar, maar ook op het aanbod van verpleegkundigen in de toekomst. Daarom is het noodzakelijk om maatregelen uit te werken die de in- en uitstroom van verpleegkundigen beïnvloeden en zo tekorten tegen te gaan. In haar eindverhandeling onderzoekt Marleen Jacobs de verschillende opties, met specifieke aandacht voor arbeidsmigratie. Haar onderzoek gaat ook in op een concrete vraag van de Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg die bijna dagelijks geconfronteerd wordt met het nijpende tekort aan verpleegkundigen in de ouderenzorg. Uit een grondig literatuuronderzoek en interviews met verantwoordelijken van rust- en verzorgingstehuizen blijkt alvast dat de meningen over het inschakelen van buitenlandse verpleegkundigen in Vlaamse instellingen verdeeld zijn. Over het algemeen vindt men het aantrekken van buitenlandse verpleegkundigen echter een noodzaak om groeiende tekorten tegen te gaan. Anderen benadrukken dan weer de nood aan maatregelen om de in- en uitstroom in het verpleegkundigenberoep in eigen land te beïnvloeden. De piste van arbeidsmigratie kan volgens Marleen Jacobs enkel daarnaast bestaan. Met het huidige wettelijk kader biedt deze piste echter slechts beperkte mogelijkheden. Een versoepelde toekenning van arbeidskaarten, en een éénduidige en vlotte procedure voor de diploma-erkenning van niet-Europese verpleegkundigen is dan nodig. Vandaag is het aantrekken van buitenlandse verpleegkundigen vooralsnog een marginaal gebeuren, maar de kans bestaat dat dit snel evolueert vanuit de sector zelf. Verder onderzoek naar de wenselijkheid van een omkaderend beleid – dat voorlopig nog niet bestaat in ons land - is dan ook dringend nodig.

Lees meer...
 
top    
Zorg en Welzijn


   
Sara Siongers. "Definiëren van de psychosociale noden van Epidermolysis Bullosa Simplex-patiënten en hun gezinnen."
Eindverhandeling Medisch-Sociale wetenschappen – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. A-M. Depoorter

Sara Siongers onderzocht de noden en behoeften van gezinnen waarvan een gezinslid lijdt aan de erfelijke ongeneeslijke ziekte Epidermolysis Bullosa Simplex. De patiënten en gezinsleden die bevraagd werden, geven een groot aantal psychosociale gevolgen aan. Eén hiervan is het omgaan met lichamelijke aanpassing bij sport, hobby’s of klusjes, bij verschillende weersomstandigheden (warmte), op reis, tijdens schooluitstappen of op het werk. Beperkingen in jobmogelijkheden, waarover geen informatie beschikbaar is of waartoe de gezinnen geen toegang vinden, bemoeilijkt de studiekeuze voor jongeren. Verder ervaren gezinnen soms negatieve reacties. Enkele gezinnen kiezen er bewust voor om hun aandoening verborgen te houden, uit schaamte of uit angst voor onbegrip. Ouders die een kind met EB hebben, vinden het soms emotioneel zwaar (de wonden van hun kind verzorgen, schuldgevoelens, ze willen alleen nog kinderen indien ze er zeker van zijn dat deze geen EB zullen hebben). Ze vinden het belangrijk dat hun kind participeert in sport en spel met leeftijdsgenoten, maar naar de toekomst toe, maken de ouders zich vooral zorgen over pestgedrag ten opzichte van hun kind. Gezinnen vinden het zeer belangrijk dat aan de gevolgen tegemoet gekomen wordt op financieel vlak. De meeste gezinnen weten dan ook goed wat de huidige mogelijkheden zijn, zoals de verhoogde kinderbijslag, een invaliditeitsuitkering en de mogelijkheid om thuisverpleegkunde terugbetaald te krijgen. Hoewel dit louter financiële tegemoetkomingen zijn, zeggen de EB-patiënten en hun gezinnen dat ze zich gesteund zouden voelen met deze vergoeding. Om meer moeilijkheden en gevolgen van EB op te vangen, stellen de gezinnen hoop in de wetenschap en technologie.

Lees meer…

 




top
Zorg en Welzijn


Gert Thielemans. "Het welbevinden van ouderen in RVT’s (Rust-en VerzorgingsTehuizen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. I. Ponjaert-Kristoffersen

Gert Thielemans ging - op vraag van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (deelwerking Brussel Oost) - bij 56 RVT-bewoners na welke variabelen er een invloed hebben op hun welbevinden. Aan de hand van een kwantitatief onderzoek ging hij op zoek naar determinanten die positieve resultaten vertonen voor het welbevinden.
De algemene scores voor het algemeen subjectief welbevinden op verschillende gekozen factoren liggen vrij hoog en dus ook van het algemene welbevinden. Ouderen die kinderen hebben scoren hoger op het welbevinden dan ouderen zonder kinderen. Hoger opgeleide RVT-bewoners halen gemiddeld een hogere score op het welbevinden, net als bewoners die 4 of meer vrienden hebben. Ouderen die zelf gekozen hebben om in het RVT opgenomen te worden blijken eveneens een hoger welbevinden te hebben. RVT-bewoners hebben voldoende privacy nodig om een positief welbevinden te ervaren, het gebruik van antidepressiva daarentegen is nefast voor het welbevinden. Ook 4 persoonlijkheidsaspecten vertoonden significanties met het welbevinden: hoge scores voor extraversie, ordelijkheid, stabiliteit en intellect hebben een positief effect op het welbevinden. Aan de hand van kwalitatieve interviews brengt Gert nieuwe aandachtspunten aan het licht. Zo blijkt uit het onderzoek dat ouderen veel belang hechten aan sociale relaties met de medebewoners en activiteiten in het RVT. Voldoende autonomie wordt als positief ervaren en contact met dementerenden blijkt als negatief te worden ervaren.

Lees meer...

top
Zorg en Welzijn


Evy Trouillard. "Wat is de emotionele, psychosociale impact op kinderen en ouders bij een ziekenhuisopname van meer dan één dag en hoe kunnen deze negatieve belevingen gereduceerd worden?"
Masterproef Verpleeg- en Vroedkunde -Universiteit Antwerpen – promotor: Prof. dr. E. Vermeire  

Met deze masterproef wil Evy Trouillard bijdragen tot het inzicht in de emoties en angsten van kinderen en hun ouders bij een langdurige ziekenhuisopname. Daarbij onderzocht ze welke hulpmiddelen efficiënt zijn om een kind voor te bereiden op de opname en de operatie. Aanleiding van dit onderzoek was de vraag van de jeugddienst Factor10 van de Socialistische Mutualiteit, sinds 2007 gefusioneerd met de jeugddienst MJA, naar de evaluatie van hun “ziekenhuiskoffertje”. Deze koffertjes worden ter beschikking gesteld van ouders wiens kind langdurig opgenomen moet worden in het ziekenhuis. Doel van het ziekenhuiskoffertje is het gesprek tussen ouders en kinderen over de ziekenhuisopname van het kind te vergemakkelijken en zodoende het kind beter voor te bereiden op de ziekenhuisopname. Via interviews en een enquête bij de ouders die een “ziekenhuiskoffertje” hadden aangevraagd kwam Evy Trouillard tot de conclusie dat de meeste ouders de emoties van hun kind op de operatiedag negeerden of minimaliseerden. De meerheid van de ouders beslisten om niet met hun kind te praten over de operatie. Uit de literatuur blijkt echter dat praten met een kind de angst reduceert. Het gebruik van hulpmiddelen en de manier van voorbereiding varieerde naargelang de leeftijd van het kind. Ouders die vinden dat de “ziekenhuiskoffer” voldoende informatie bevat, bereiden hun kinderen ook veel vroeger voor op de ziekenhuisopname dan ouders die er een andere mening op na houden. Om zowel hoog – als laaggeschoolde ouders nog beter te bereiken, raadt het onderzoek aan een algemener kanaal te zoeken om het “ziekenhuiskoffertje” te verspreiden.

Lees meer...
top
Zorg en Welzijn

Peter Vandekerckhove. "Een vergelijking van de middelen tussen dienstencentra in Vlaanderen met dienstencentra in Brussel."
Eindverhandeling Toegepaste Economische Wetenschappen – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. M. Jegers
 
Peter Vandekerckhove werkte rond een vraag van het Brussels Overleg Dienstencentra (BOD). Hij ging na of het verschil in initiatiefnemer (OCMW – vzw) een invloed heeft op de hoeveelheid en de oorsprong van middelen die beschikbaar zijn voor de verschillende dienstencentra en waarvoor deze middelen gebruikt worden. Concreet betekent dit dat er werd gekeken of er een verschil is in de grootte en de herkomst van de inkomsten die de dienstencentra genereren en in de grootte en de verscheidenheid van de kosten die door de centra gemaakt worden.
 
Het overgrote deel van de dienstencentra in Vlaanderen zijn initiatieven van een openbaar bestuur, namelijk het OCMW. In Brussel daarentegen zijn alle centra een Vereniging Zonder Winstoogmerk (VZW).  Alle erkende lokale dienstencentra – in Vlaanderen en Brussel - ontvangen een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap, maar de grootte van deze subsidie is niet gelijk voor dienstencentra in Vlaanderen en Brussel.
Na analyse van de beschikbare financiële informatie van de verschillende dienstencentra in Brussel en Vlaanderen is het duidelijk dat dé belangrijkste inkomstenbron de overheidssteun is. De overheidstussenkomsten maken zowel voor de vzw- als voor de OCMW-dienstencentra minstens 60 % uit van de totale inkomsten. Dienstencentra zijn dus zeer afhankelijk van de subsidies en andere tussenkomsten van de verschillende overheden. In absolute cijfers is er echter wel een groot verschil in de overheidssteun die de diverse dienstencentra krijgen.
Naast overheidssubsidies zijn de werkingsgebonden opbrengsten de tweede grootste groep inkomsten.
De personeels- en werkingskosten komen duidelijk naar voor als de twee grote kostenposten.

Peter bespreekt alles in detail en genuanceerd in zijn onderzoeksrapport. Lees meer...

top
Zorg en Welzijn

   
Marjan Vanderhoven. "Ouderenbeleid: stand van zaken."
Eindverhandeling Agogiek – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. D. Verté

Ouderenbeleid is voortdurend in beweging en de nood naar een eerste inventarisatie van het huidige gemeentelijk seniorenbeleid in Vlaanderen dringt zich aan. Marjan Vanderhoven onderzocht of lokale besturen een planmatig beleid hanteren inzake het ouderenbeleid in de gemeente. Er werd gepeild naar een aantal initiatieven: invulling van het lokaal ouderenbeleid, personele omkadering, bevoegdheden, beleidsinitiatieven, initiatieven rond wonen, zorg, dienstverlening, vrijwilligers, veiligheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid. Verder wordt er nagegaan of er sprake is van burgerlijke participatie.

Lees meer…

top
Zorg en Welzijn

Sofie Van Raemdonck. "Het effect van scheidingen op de mate van contact tussen grootouders en kleinkinderen."
Eindverhandeling Psychologie – Vrije Universiteit Brussel – promotor: Prof. dr. W. Van Den Broeck  

Sofie Van Raemdonck ging op vraag van BasisAdvies Scheiding & Ouderschap vzw het effect na van scheidingen op het contact tussen grootouders en kleinkinderen en bekeek welke factoren hier een belangrijke rol in spelen. De 180 grootouders die deelnamen aan dit onderzoek vulden een vragenlijst in over de eventuele scheiding van hun kinderen en het contact en de relatie met hun kleinkinderen. Uit de resultaten bleek dat er na een scheiding minder contact is tussen grootouders en kleinkinderen maar dat de kwaliteit van de relatie tussen grootouders en kleinkinderen behouden blijft. Bovendien zijn er ook heel wat andere factoren zoals het hoederecht, de afstand, de relatie met de ouders, de leeftijd, burgerlijke staat en gezondheid van de grootouders, het verloop en de duur van de scheiding en het geslacht van de ouders, die een bepalende rol kunnen spelen in het verloop van de situatie tussen grootouders en kleinkinderen na de scheiding.

Lees meer...

top
Zorg en Welzijn

Liesbeth Van Schil. "Multimediagebruik bij patiënten met bloedkanker."
Masterproef Verpleeg- en Vroedkunde - Universiteit Antwerpen – promotor: Prof. dr. E. Vermeire  

Op basis van interviews en een enquête bij patiënten, verpleegkundigen en artsen onderzocht Liesbeth Van Schil op vraag van het Sanguïnfonds Hematologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen het internetgebruik van patiënten met bloedkanker. Wanneer de diagnose van kanker wordt gesteld, beroepen vele patiënten zich op het internet om medische informatie op te zoeken, te communiceren met lotgenoten en sociale steun te zoeken. Het onderzoek tracht beter inzicht te verwerven in de noden en behoeften van deze patiënten en in de problemen die artsen en verpleegkundigen ervaren bij het multimediagebruik van hun patiënten. De resultaten tonen aan dat het grootste deel van de patiënten wel degelijk op het internet zoekt naar informatie over de behandeling en de oorzaken van hun ziekte, maar de geraadpleegde websites blijken vaak niet betrouwbaar te zijn. Verpleegkundigen en artsen beamen dit en vinden dat het internet een onvolledig, misleidend of onrealistisch beeld weergeeft. Het is daarom nodig dat artsen en verpleegkundigen de voor – en nadelen van het internet bespreken met hun patiënten.  

Lees meer...
top
 
In- of uitschrijven Nieuwsbrief en Nieuwsflash
     
 
Wenst u deze nieuwsflash in de toekomst niet meer te ontvangen, stuur dan een mailtje naar idebal@vub.ac.be met de boodschap
"niet meer doorsturen"
 
     
 
 
 
 
 
     
 
November 2007
 
 
"De Wetenschapswinkels zijn een actie die wordt ondersteund binnen het actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie. Dit actieplan is een initiatief van de Vlaamse Regering"
 
         

 

Wetenschapswinkel Brusel Wetenschapswinkel.be Erasmus Hogeschool Brussel Erasmus Hogeschool Brussel Erasmus Hogeschool Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Hasselt Koepel van Vlaamse Kringloopcentra De Kringwinkel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Seventh Research Framework Programme vluchtelingenwerk Vlaanderen Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Antwerpen Wetenschapswinkel Antwerpen Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Antwerpen Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Antwerpen Wetenschapswinkel Brussel Wetenschapswinkel Antwerpen Sensoa Sensoa Sensoa Beweging tegen geweld- Vzw ZIJN Beweging tegen geweld - vzw ZIJN Stichting Lezen - Iedereen Leest Muziekcentrum Vlaanderen Muziekcentrum Vlaanderen Muziekcentrum Vlaanderen KVG - Vorming Vzw Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg Debra Belgium Debra Belgium Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Brussel Ziekenhuiskoffertje Brussels Overleg Dienstencentra S-Plus Wetenschapswinkel Brussel Sensoa