De invloed van artificiële intelligentie op sociaal tolken. Een verkennend onderzoek naar attitudes en percepties van tolken in Vlaanderen en Brussel
Artificiële intelligentie (AI) wordt steeds vaker gebruikt in professionele taalpraktijken, maar haar bruikbaarheid verschilt per tolksituatie. Sociaal tolken vindt plaats in directe, vaak gevoelige interacties, waarin naast taalkundige correctheid ook context, emotie, vertrouwelijkheid en verantwoordelijkheid tellen. Deze masterproef i.s.m. Brussel Onthaal onderzoekt hoe gecertificeerde sociaal tolken in Vlaanderen en Brussel het gebruik en de verwachte invloed van AI ervaren en welke factoren de professionele aanvaardbaarheid bepalen.
Masterstudent Tolken Khizir Kerchiev nam twaalf semigestructureerde interviews af met sociaal tolken met uiteenlopende werktalen, ervaring en professionele statuten. Alle deelnemers gebruikten AI al voor hun werk, vooral vóór een opdracht voor terminologie, woordenlijsten, achtergrondinformatie en mogelijke gespreksscenario’s. Tijdens gesprekken bleef het gebruik uitzonderlijk en voorwaardelijk; na opdrachten was het beperkt. AI kan tijd besparen, maar de uitvoer moet worden gecontroleerd. Die verificatiekost neemt tijdens live-interactie toe doordat controle concurreert met luisteren, tolken en gesprekscoördinatie. Vooral minder digitaal ondersteunde talen, regionale varianten en Vlaamse Gebarentaal brengen beperkingen mee. In gevoelige contexten daalt de aanvaardbaarheid wanneer fouten ernstige gevolgen kunnen hebben, moeilijk detecteerbaar zijn of gevoelige gegevens nodig zijn. De deelnemers verwachten geen volledige vervanging van sociaal tolken, maar een ongelijke herverdeling van taken. Korte, voorspelbare en administratieve contacten kunnen sneller worden geautomatiseerd, terwijl menselijke tolken belangrijk blijven in complexe, emotionele en risicovolle situaties. Professionele aanvaardbaarheid is dus een contextafhankelijk oordeel over de combinatie van taak, technologie en gebruikssituatie.