De invloed van schoolklimaat op de sociale integratie van anderstalige nieuwkomers in het vijfde leerjaar van de lagere school

januari 2017
Debby Windey (UAntwerpen)
De invloed van schoolklimaat op de sociale integratie van anderstalige nieuwkomers in het vijfde leerjaar van de lagere school

“Hoe gaan we het beste om met anderstalige nieuwkomers in onze klas?” Dat is de vraag die op de lippen van heel wat leerkrachten ligt. Vanuit de overheid worden twee doelstellingen vooropgesteld: bevorderen van taalvaardigheid Nederlands en van sociale integratie. Deze masterproef gaat dieper in op dat laatste aspect en wil te weten komen of lagere scholen erin slagen om anderstalige nieuwkomers te laten integreren. Om dat te doen werden in een cross-sectioneel onderzoek drie scholen met elkaar vergeleken. Alle scholen begeleidden een anderstalige nieuwkomer in het vijfde leerjaar. Deze leerlingen werden met elkaar vergeleken door het bepalen van hun sociometrische status. Vervolgens werden door middel van interviews met directeurs en klasleerkrachten verschillen gezocht in indicatoren van klaseffectiviteit, en meer bepaald klimaatindicatoren. Een van de onderzochte leerlingen had een opvallend betere sociometrische status. In deze school konden twee frappante kenmerken worden vastgesteld: de school hecht veel belang aan een actieve deelname van de anderstalige nieuwkomer aan schoolse, maar ook aan buitenschoolse activiteiten; en daarnaast had deze school een zeer duidelijk beleid op vlak van schoolafspraken en klasafspraken.

Mogelijke verklaringen kunnen zijn dat sociale integratie niet louter mag gezien worden als iets wat binnen de schoolmuren plaatsvindt, maar ook daarbuiten na schooltijd nog aandacht verdient. Een gestructureerde omgeving met eenvoudige en transparante regels bieden een veilige omgeving voor kinderen die sowieso overstelpt worden met prikkels. Doordat twee van de drie onderzochte leerlingen vroegtijdig het grondgebied moesten verlaten, konden niet alle onderzoeksdaden uitgevoerd worden zoals initieel gepland. Tevens is de steekproefgrootte te beperkt om sluitende conclusies te trekken. De hypothesen die in deze masterproef werden gesteld, moeten dan ook in een longitudinaal onderzoek en met een voldoende groot aantal respondenten gefalsifieerd worden, met aandacht voor variabelen op meerdere niveaus.

Masterproef binnen de opleiding Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen
Promotor: Prof. dr. Peter Van Petegem