De rol van levensgebeurtenissen bij vrijwilligerswerk
Dit onderzoek richtte zich op de manier waarop levensgebeurtenissen van vrijwilligers in Vlaanderen een invloed hebben op het starten en stoppen met vrijwilligerswerk. Hierbij werd gefocust op vrijwilligers van autodeelorganisaties. De probleemstelling vertrok vanuit het beperkte inzicht over hoe levensgebeurtenissen op micro-, meso-, en macroniveau invloed hebben op het starten en stoppen met vrijwilligerswerk. De hoofdonderzoeksvraag luidt: “Op welke manier hebben levensgebeurtenissen van vrijwilligers in Vlaanderen een invloed op het starten of stoppen bij vrijwilligersorganisaties?” Het onderzoek is uitgevoerd door middel van semi-gestructureerde, retrospectieve interviews bij vrijwilligers van autodeelorganisaties. Deze interviews, aangevuld met levensdiagrammen, maakten het mogelijk om de invloed van levensgebeurtenissen op vrijwilligerswerk te analyseren. De belangrijkste resultaten tonen aan dat levensgebeurtenissen op alle drie de niveaus (micro, meso, macro) een rol spelen in zowel het starten als het stoppen met vrijwilligerswerk. Cruciaal blijkt de cumulatie van levensgebeurtenissen. Een opeenstapeling van stimulerende gebeurtenissen zou mensen aanzetten tot starten, en een cumulatie van belemmerende gebeurtenissen zou hen doen stoppen. De dynamiek van levensgebeurtenissen, zoals gezinsveranderingen, het vinden van gelijkgestemden en grootschalige acties als klimaatmarsen, zijn dus bepalend voor de betrokkenheid bij vrijwilligerswerk. Organisaties kunnen effectief inspelen op deze dynamiek door strategieën te ontwikkelen die gericht zijn op het bevorderen van starten en het voorkomen van stoppen op basis van de timing van deze levensgebeurtenissen.